De oorsprong van de N connector ligt in 1940, toen de (militaire) industrie een nieuwe connector nodig had voor VHF en radar toepassingen. Door twee mannen werden daartoe tegelijker- tijd en onafhankelijk van elkaar nieuwe connectoren voor deze toepassingen ontwikkeld. De eerste was Paul Neil die een connector ontwikkelde waarvan het hoog- frequent voerende deel zoveel mogelijk op een stuk coax leek. Deze connec- tor werd naar hem de 'Type N' genoemd. De tweede was Carl Concelman die de naar hem genoemde 'Type C' ont- wikkelde. Carl realiseerde zich dat de impedantie van een connector bij de pin verstoord wordt waardoor de pin zich inductief gedraagt. Ter compensatie plaatste Carl daarom zorgvuldig gevormde stukjes teflon en rexolite aan beide zijden van de pin-verbinding, waarmee een capacitieve correctie werd gevormd. Hierdoor ontstond wel een 4 GHz low pass filter, maar dat speelde in 1940 geen rol!

Ongeveer 8 maanden later werkten Paul en Carl bij hetzelfde bedrijf en kregen ze de opdracht een nieuwe kleinere connector te ontwikkelen. Ze namen de maten van de binnenkant van Paul's 'Type N' connector (daarom past een N male op een BNC female) en de teflon aanpassing van Carl. In de kleinere afmetingen werd het een low pass filter voor 10 GHz. Ook het idee van een bajonet koppeling werd van Carl's 'Type C' connector overgenomen. Deze connector werd de Bayonet Locking Neil Concelman Connector (BNC) genoemd.

De BNC connector bleek in de B17 bommenwerper hinderlijk te gaan trillen. Een strakkere verbinding was nodig en het idee van een schroefverbinding van de N-connector werd toegepast op de BNC connector. Deze connector werd de Threaded Neil Concelman Connector (TNC) genoemd.

Nconnector (last edited 2009-09-28 06:29:42 by localhost)