De informatie over AdHoc, Managed Mode (Client en AccessPoint) is verplaatst naar de WiFi pagina.

Uitgangspunten van Netwerk architectuur

Het netwerk bestaat uit onderling verbonden nodes. Nodes zijn de toegangspunten (access points) waarop gebruikers aansluiten. De nodes staan onderling in verbinding via netwerk-knooppunten (interlinks). Om de ruggengraat van het netwerk, de onderlinge verbindingen tussen de nodes, in stand te houden gelden volgende uitgangspunten:

1. Geen interlinks (netwerk knooppunten) en access points (voor gebruikers) mixen op dezelfde netwerkkaart.

Immers, een interlink telt op radio-niveau net zo zwaar als een gebruiker. Wanneer er gebruikers zijn met een slechte ontvangst, kunnen deze out-sync (niet synchroon) raken en storing op dit kanaal veroorzaken. Hierdoor ontstaat congestie en dat is zeer ongewenst op interlinks. Wireless Leiden houdt de interlinks zelf in de hand.

2. Om storing op interlinks verder te verminderen worden interlinks horizontaal gepolariseerd terwijl access points voor gebruikers vertikaal zijn gepolariseerd. Zie de FrequentiePlan pagina.

3. Nodes voor bedekking zo ver mogelijk uit elkaar plaatsen als bedekking met access points toelaat.

4. Interlinks aanleggen naar de nodes met de beste ontvangst.

5. Bouw op iedere node minimaal twee, maar bij voorkeur drie interlinks, plus eventueel éen of meer access points voor gebruikers in de omgeving.

6. Bouw ringen met 6 nodes

7. Nodes op hoge punten dienen in de eerste plaats gebruikt te worden om grote afstanden in ons netwerk te overbruggen met een hop naar de andere kant van het netwerk. Wanneer ze (ook) gebruikt worden voor bedekking voor gebruikers, dienen de antenne's zodanig gedowntilt (naar beneden gericht) te zijn dat ze zo min mogelijk andere nodes storen.

Toelichting

Wanneer iedere node drie interlinks kent (naast een omni voor gebruikers in de buurt) ontstaat een honingraat-structuur waarbij er telkens ringen van zes nodes gevormd kunnen worden. Met deze structuur kun je met zo weinig mogelijk interlinks een twee-dimensionaal netwerk bouwen.

Bijkomend voordeel is, dat deze structuur met drie frequenties voor de omni's is in te vullen. Omni's kunnen elkaar storen (het netto-signaal dooft dan uit): een kleur-een-landkaart-in-met-drie-kleuren-probleem. Ook op de node zelf is er nog een redelijke kanaalscheiding tussen de drie interlinks en de omni mogelijk.

In de praktijk zal deze structuur op allerlei manieren vervormd worden, omdat er niet altijd ringen van zes nodes mogelijk zijn. Nodes kunnen niet altijd precies op de juiste plek worden geplaatst. Of er staan obstakels als flatgebouwen en bomen.

NetWerkArchitectuur (last edited 2009-09-28 06:29:45 by localhost)